Kabouter Snorkje

 

 


Er was eens een kaboutertje en hij heette Snorkje! Snorkje was al een oud kaboutertje en hij had een hele lange baard! Snorkje liep eens door het bos een beetje na te denken en hij dacht ineens keer "ik ga de mensen op zoeken" En dat deed hij dus ook.

Hij bereidde zich voor op een lange zware reis, hij pakte zijn tas alsof hij wel jaren weg bleef. Hij vertrok, hij had wel een beetje moeite hoor om zijn huisje te verlaten. Hij liep en hij liep uiteindelijk kwam hij een klein dorpje tegen, daar zag hij een boerderij snorkje liep de schuur van de boerderij binnen.

Het grote paard dat binnen stond schrok van het kaboutertje en zei: "zo'n klein mensje heb ik nog nooit gezien". Snorkje zei zijn naam en vroeg hoe het paard heette, "ik ben Belle", zei het paard. "Ik ga eens naar binnen", zei Snorkje , 'kijken hoe het met de mensen is,' maakte hij zijn zin af. Dus Snorkje ging naar binnen.

Toen hij binnen was moest hij uitkijken voor de grote voeten die overal liepen. Hij rende en rende door het huis uiteindelijk kwam hij een trap tegen en wilde de trap op klimmen Gelukkig had hij zijn touw meegenomen anders was dit hem niet gelukt. Met veel moeite was hij drie uur later boven. Daar kroop hij een kamer binnen je kon zien dat het een meisjeskamer was want er stond een poppenhuisje.


Hij kroop in het poppenhuisje en ging op onderzoek uit. Het was er erg gezellig en hij wilde eigenlijk wel blijven. Hij besloot dat aan het meisje te vragen. 's Avonds kwam het meisje haar kamer binnen. Haar moeder las haar een verhaaltje voor en Snorkje luisterde stiekem mee. Hij vond het een erg mooi verhaal. Het ging over een prinsesje dat erg gelukkig werd met haar prins.

Toen moeder weg was gegaan kroop Snorkje uit het poppenhuisje en klom op het bed. Hij fluisterde in het oor van het meisje: "Wat heb jij een mooie kamer". Het meisje wist niet wat ze hoorde en zat recht op en keek rond. Snorkje praatte nu wat harder en zei: "hier ben ik en ik wil je iets belangrijks vragen." Het meisje keek erg raar op van het kaboutertje en wist even niet wat ze moest zeggen. Het kaboutertje begon te praten : "ik ben kabouter Snorkje en ik wil graag je vriendje zijn mag dat?" Het meisje kon nog steeds niet uit haar woorden komen en stamelde een paar woordjes.

Snorkje ging verder: "Mag ik misschien in je poppenhuisje wonen? Ik vind het zo mooi." Het meisje knikte en zei: "Ik ben Marieke." "Wat een mooie naam heb je Marieke,"zei het kaboutertje. "Maar ga nu maar lekker slapen het is morgen weer vroeg dag. Je moet zeker naar school he?" "Ja," zei het meisje, "en dan gaan we morgen na school lekker spelen ok?" "Ok" zei Marieke Snorkje ging naar zijn poppenhuisje en viel lekker in slaap op het zachte bedje.