Het bijzondere boek

 

 

 

 


Liesje wordt negen jaar en krijgt van opa centen om te kopen wat ze graag wil. Omdat ze graag leest wil ze er een boek mee kopen. Vrolijk stapt ze naar de boekenwinkel in de stad. Het is een oude winkel en achter de toonbank staat een wat vreemde man. 'Wat zoek je?' vraagt hij vriendelijk. 'Ik weet het nog niet' zegt Liesje en loopt wat rond in de winkel. Haar oog valt op een gouden boek dat op één van de boekenplanken ligt. Het heeft als titel 'De toekomst'. 'Weet je zeker dat je dat boek wil?' vraagt de man geheimzinnig. 'Waarom niet?' vraagt Liesje. 'Het is een bijzonder boek', zegt hij. 'Ik kan het niet lezen.'

Liesje kijkt de man onbegrijpend aan. 'Het is een boek voor mensen met een bijzondere gave', zegt de man. 'Als je het boek opendoet, weet je of je de gave hebt', zegt hij uitdagend. Liesje, die niet vlug bang is, doet het boek open. 'Staat er iets in?' vraagt de man nieuwsgierug. 'Ja', zegt Liesje. 'Dan heb jij de gave', zegt de man mysterieus. 'Welke gave?' vraagt Liesje. 'De gave om in de toekomst te kijken', zegt de man. 'Ben je zeker dat je in de toekomst wil kijken?' 'Ja', zegt Liesje zelfverzekerd en betaalt het boek met de centen van opa.

Thuis zet Liesje zich in de sofa en begint nieuwsgierig het boek te lezen. Ze is helemaal niet bang en voelt zich wel bijzonder omdat ze de gave heeft. Op de eerste pagina staat: 'Alles wat in dit boek staat, gebeurt echt. Je kan proberen de toekomst te veranderen, maar dat lukt toch niet.' Liesje bladert verder en op de volgende bladzijde staat een foto van opa. 'Waarom staat opa erin', denkt Liesje. 'Wie heeft dit boek geschreven?' vraagt ze zich af. 'Geschreven door Het leven' staat onder de titel. Teleurgesteld doet ze het boek dicht en denkt: 'Ik had beter een ander boek gekozen.'

's Avonds neemt Liesje het boek weer in de hand. Ze is toch wel nieuwsgierig geworden. Er staat een verhaal bij de foto van opa: Samen met opa wandelt het meisje door de tuin terwijl ze een lekkere appel eet. Plots valt opa op de grond en het meisje probeert hem wakker te maken. 'Opa, wakker worden', roept ze, maar het lukt niet. Liesje begint zich zorgen te maken en is bang om verder te lezen. 'Wat als er echt iets gebeurt met opa?', denkt ze. 'Opa is mijn beste vriend.' In paniek loopt ze naar mama en papa die samen televisie kijken. 'Mama, er gaat iets gebeuren met opa', roept Liesje ongerust. 'Waarom denk je dat?' vraagt mama bezorgd. En ze vertelt over haar bijzondere boek. 'Niemand kan in de toekomst kijken', zegt mama. Liesje haalt haar bijzondere boek en geeft het aan mama. 'Er staat niets in', zegt mama als ze het opendoet. 'Maar er staat wel iets in', zegt Liesje verdedigend. Teleurgesteld omdat mama haar niet gelooft, gaat Liesje slapen.

De volgende dag gaat Liesje naar opa met mama, die in zijn sofa een krant leest. 'Zie je wel', zegt mama als ze terug thuis zijn. 'Er is niets aan de hand met opa.' 'Je moet niet geloven wat er in jouw boek staat.' Liesje bladert weer in haar bijzondere boek en wat ziet ze: een bed vol met vreemde draden en het staat midden in een groot kerkhof. Liesje weet niet of ze het moet geloven of niet. Ze durft er ook niet meer over praten. Een paar weken later is opa jarig en gaan ze lekkere taart eten. 'Gelukkige verjaardag!' zegt Liesje en geeft hem een mooie tekening. 'Kom Liesje', zegt opa, 'we gaan in de tuin appelen plukken.' Liesje gaat natuurlijk mee, want de appelen van opa zijn heerlijk. 'Mama maakt er altijd een appeltaart van', zegt ze tegen opa.

Samen wandelen ze in de tuin, heerlijk met de zon in hun gezicht. Plots struikelt opa over een tak en valt met zijn hoofd op de grond. 'Opa', roept Liesje in paniek. Mama en oma horen Liesje roepen en lopen naar buiten. 'Opa is gevallen en wordt niet meer wakker', schreeuwt Liesje. Iedereen is erg ongerust en oma belt de ziekenwagen. Die brengt opa naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis ligt opa in een bed met vreemde draden en buisjes. Oma blijft de hele tijd bij opa. Mama en Liesje gaan hem ook bezoeken. Liesje houdt de hand van opa zachtjes vast. 'Opa, wakker worden?' zegt ze dan, maar opa wordt niet wakker. Een paar dagen later rinkelt de telefoon en mama neemt op. Ze begint luid te snikken. 'Wat is er?' vraagt papa bezorgd. 'Opa is gestorven', zegt mama met tranen in de ogen.

Liesje denkt meteen aan haar bijzondere boek. 'Zie je wel dat het uitkomt', denkt ze. 'Waarom gelooft niemand mij?' Liesje beseft nu dat het niet prettig is om een bijzondere gave te hebben, omdat je er niets aan kan veranderen en niemand je gelooft.