|
Er was eens een bij die niet in de bloemen durfde te
vliegen. Dat was toch echt wel nodig om nectar te halen.
Elke keer als
hij terugkwam bij de koninginbij, dan had hij niets.
Iedereen lachte hem uit, en vriendjes had hij natuurlijk ook
niet. Op
een dag verzon hij een manier om toch nectar mee te brengen.
Onderweg ruilde hij iets tegen nectar. De spulletjes die hij
ruilde, pikte hij van de mensen. Een mooie ring, een
glimmend steentje. Dat was natuurlijk niet goed. Maar hij
lette wel op
dat hij niets ruilde met bijen uit zijn eigen korf. Omdat
hij opeens zoveel nectar had, was hij ineens erg populair.
Echter
op een dag ging het mis. Hij werd gezien door een van de
bijen van zijn eigen korf. Meteen moest hij bij de koningin
komen.
De koningin wilde hem een lesje leren en stuurde hem weg.
Hij mocht pas terugkomen als hij zelf nectar uit bloemen
durfde
te halen. Met tranen in zijn bijenoogjes verliet hij de
korf. Wat kon hij doen? Redding was dichtbij, want in de
verte zag
hij wat….hij kneep zijn oogjes goed en zag….een beer die
alle korfen omgooide voor een klein beetje honing. Het
bijtje ging
snel terug naar zijn korf, maar voordat hij zijn korf kon
bereiken werd hij al tegengehouden. De andere bijen
geloofden zijn
verhaal niet. Dan moest hij het zelf maar gaan opknappen.
Hij ging recht op zijn doel af en prikte de beer in zijn
oog. De
beer gaf een brul en rende hard weg. Helaas hadden de bijen
het niet gezien, dus terugkomen zat er niet in. Hij besloot
toch
maar weer een poging te wagen. Die beer kon hij aan, dan
moest een bloem ook wel lukken.
Hij zag een mooie bloem en vloog er op af. Eerst ging hij op
de blaadjes zitten en keek erin. Een stapje, twee stapjes
deed
hij en PLOF hij viel in de bloem. De blaadjes klapten van
schrik dicht en het bijtje zat gevangen. Wat hij ook
probeerde,
hij zat vast. Hij riep heel hard, maar niemand kon hem
horen. Toen besloot het bijtje om tegen de blaadjes te
blazen, misschien
dat ze open klapte. Maar nee hoor, er gebeurde niets. Zo
bleef het bijtje de hele dag zitten in de bloem. Uit
verveling ging
hij maar een deuntje fluiten. Na een tijdje kwamen er veel
bijtjes op zijn gezang af. Ze waren helemaal ontroerd. Ze
vergaten
hem bijna uit de bloem te halen. Met z’n allen duwden ze
tegen de bloem en …de bloem viel om en het bijtje viel
eruit. Het gerucht ging snel zijn rond en toen mocht het
bijtje weer bij de koningin komen. Als hij voortaan voor
haar zong,
kon hij
in de korf blijven. En nectar hoeft hij nooit meer te halen.
|